De memo over vastlopen zorg die ziekenhuizen hadden willen hebben, maar niet kregen

20 maart 2020. Brabantse ziekenhuizen slaan alarm: we gaan plat en hebben hulp nodig. Ze zijn niet voorbereid op de komst van zo veel coronapatiënten. Nu blijkt uit onderzoek van de NOS dat het RIVM begin februari 2020 al wist dat een coronavirus-uitbraak de Nederlandse ziekenhuizen compleet zou lamleggen. Alleen heeft die informatie de ziekenhuisbestuurders nooit bereikt.

Om onduidelijke redenen heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) deze informatie nooit gedeeld. Wat weten we van die tijd die ziekenhuizen hadden kunnen gebruiken om zich voor te bereiden op een coronacrisis? Een reconstructie.

Eerst die memo die modelleurs van het instituut op 9 februari 2020 stuurden aan het RIVM-management. De tekst is glashelder: “In Nederland zijn ca 37.000 ziekenhuisbedden, waaronder 1208 operationele IC-bedden. Deze capaciteit is onvoldoende”, schrijven de modelleurs. “Voor de gehele range van schattingen van [de] mogelijke ernst (…) berekenen we dat de zorgvraag uitstijgt boven deze beschikbare capaciteit.”

De modelleurs waarschuwen in de memo dat het aantal coronapatiënten zich iedere vijf dagen zal gaan verdubbelen, waardoor de druk op zorg snel toeneemt. “Door de snel stijgende zorgvraag hebben ziekenhuizen, verpleeghuizen, de eerste lijn en de thuiszorg een zeer korte tijd om maatregelen te nemen nadat een eerste geval met nCoV-infectie is opgenomen”, staat in de memo, waarbij nCoV staat voor ‘het nieuwe coronavirus’.

Ook wijst de risicoanalyse erop dat het aantal ziekenhuisbedden in Nederland “beduidend kleiner” is dan in de ons omringende landen. Nederland zou zich daarom eerder dan andere landen kunnen voorbereiden “op wat gedaan kan worden opdat de zorgvraag de capaciteit niet zal overschrijden”.

Nederlandse aanpak al gekraakt in memo

Een kleine drie weken na de memo werd op 27 februari 2020 de eerste coronapatiënt in Nederland geïdentificeerd. De aanpak van de overheid was er toen nog op gericht om besmette personen snel op te sporen en te isoleren, maar die aanpak wordt door het RIVM al gekraakt in de memo.

De modelleurs berekenen namelijk dat 38 procent van alle besmette personen gevonden moet worden voordat ze besmettelijk worden. “We [berekenen] dat dit percentage niet gehaald kan worden als contactopsporing alleen directe contacten van een geval opspoort; het helpt wel om een uitbraak af te remmen, niet om het te stoppen.”

De memo van 9 februari laat zien dat het RIVM niet verrast was door de ernstige gevolgen bij een coronavirus-uitbraak voor de Nederlandse samenleving. Eerder bleek ook al uit een NOS-reconstructie dat het RIVM verwachtte dat het virus naar Nederland zou komen en dat dit dan “ernstige tot catastrofale” gevolgen ging hebben. Deze verwachting is nooit publiekelijk uitgesproken.

Kamer nooit geïnformeerd

Volgens een woordvoerder van het RIVM was het aan het instituut om informatie aan het kabinet te leveren en te duiden. Maar het was aan het ministerie van VWS om uiteindelijk beslissingen te nemen over het wel of niet informeren van bijvoorbeeld ziekenhuizen of de maatschappij.

Maar opvallend is dat ook het RIVM de Tweede Kamer niet informeerde over de alarmerende berekeningen tijdens een van de eerste technische briefings over het coronavirus. Zo zei Jaap van Dissel, directeur van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM, tijdens zo’n briefing op 20 februari 2020 helemaal niets over de verwachte druk op de zorg of de ziekenhuizen.

Niet zomaar een scenario

De vraag blijft waarom het ministerie van VWS de Tweede Kamer in februari 2020 niet zelf expliciet heeft geïnformeerd over de alarmerende risicoanalyse in de RIVM-memo. Volgens een VWS-woordvoerder is dat omdat de memo als één van meerdere scenario’s werd gezien.

Dit is een opmerkelijke verklaring, want in de memo gaat het niet om zomaar een scenario, maar om een risicoanalyse die stelt dat er in alle gevallen onvoldoende ziekenhuiscapaciteit is zodra het coronavirus in Nederland toeslaat.

Vragen over wat binnen VWS de visies waren op de memo, worden niet beantwoord. “We zien geen reden om de route van deze specifieke memo verder uit te lopen, omdat verondersteld mag worden dat dit een van de scenario’s is die destijds is besproken”, zegt de woordvoerder van het ministerie. “De communicatie tussen VWS en RIVM is gedurende de hele pandemie transparant en open geweest.”

‘Direct aan de bel getrokken’

Volgens Diederik Gommers, destijds voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, kwam de risicoanalyse ook niet ter sprake in de OMT-vergadering van 27 februari (eveneens de dag met de eerste officiële coronabesmetting in Nederland) waaraan ook het RIVM aan deelnam.

“Als hier ook maar een deel van was besproken, had ik direct aan de bel getrokken. Het Landelijk Coördinatie Patiënten Spreiding had eerder opgericht kunnen worden. We hadden van tevoren meer beademingsapparatuur kunnen regelen. Uiteindelijk trok ik pas op 8 maart aan de bel, toen ik een telefoontje kreeg van de Europese IC-vereniging.”

Gommers benadrukt dat de memo geen verschil had gemaakt in het aantal IC-bedden dat Nederland tot zijn beschikking zou hebben gehad. “Maar als we dit hadden geweten hadden we wel een stuk eerder kunnen opschalen, dat zou veel stress hebben gescheeld.”

Wat is de route van de memo geweest?

In de herinnering van Amsterdam UMC-bestuurder Mark Kramer, als voorzitter van het Regionale Overleg Acute Zorg Noord Holland/Flevoland intensief betrokken bij de crisisaanpak vanaf het begin van de pandemie, waren nergens in Europa al in februari de alarmbellen gaan rinkelen over het virus. De memo van 9 februari toont in ieder geval het tegendeel wat betreft de modelleurs van het RIVM.

“Voor mij is daarom de grote vraag op welk bureau bij de RIVM of het ministerie van VWS de formele gang van dit memo is gestokt en waarom dat is gebeurd”, zegt Kramer. “Deze kennis had bij de veiligheidsregio’s en de GGD GHOR ingebracht moeten worden. Die hadden dan tijdig zorgpartners, zoals ziekenhuizen in hun regio, kunnen betrekken bij voorbereidingen.”

Jan Kluytmans (nu UMC Utrecht, eerder Amphia in Breda) zegt “erg verbaasd” te zijn over de memo. Hij maakte begin maart eigen berekeningen over de verwachte druk op de Brabantse ziekenhuizen.

‘Ze vielen van hun stoel’

“Toen we die berekeningen aan het ministerie lieten zien, vielen ze daar van hun stoel”, zegt Kluytmans. “Ze wilden het pas geloven als eerst modelleur Jacco Wallinga van het RIVM het nog eens door zou rekenen. Nu blijkt dat het RIVM dus al een maand eerder tot een soortgelijke conclusie kwam. Ik kijk daar heel erg van op.”

Ook Bart Berden, van het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis, is onaangenaam verrast. “We hebben in maart nota bene een vergadering gehad met alle Brabantse ziekenhuisbestuurders en Jaap van Dissel van het RIVM. Hij noemde ons scenario toen ‘niet onwaarschijnlijk’.”

Volgens Berden had ook het patiëntenspreidingssyteem LCPS al eerder opgestart kunnen worden. “Ik had dit heel graag eerder geweten”, zegt Berden. “Dan hadden we al kunnen opschalen en als zorginstellingen elkaar veel eerder hebben opgezocht. Ik had dan ook direct meer persoonlijke beschermingsmiddelen ingekocht. Nu gingen de vliegtuigen vol mondkapjes in februari nog naar China”.

Kluytmans is iets minder stellig. “De gedachte die toen nog breed werd gedeeld, hoe naïef ook, was dat Nederland de dans zou ontspringen. Ik weet niet of zo’n memo alleen deze mentaliteit had veranderd.”

Verloren tijd

De overbelasting van de Nederlandse ziekenhuizen als gevolg van de corona-uitbraak begon zes weken na de memo van het RIVM. Op 21 maart 2020 wordt met stoom en kokend water het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) opgericht. Via deze organisatie werden toen coronapatiënten vanuit het epicentrum van het virus, Noord-Brabant, verspreid over ziekenhuizen in het hele land.

Dit om te voorkomen dat de zorg in Brabant zou instorten. Op 29 maart werden de eerste patiënten naar Duitsland overgeplaatst vanwege grote capaciteitsproblemen in Nederland.

Alarmerende RIVM-memo over vastlopen zorg werd niet met ziekenhuizen gedeeld

Ziekenhuizen zouden bij een uitbraak van het coronavirus in alle gevallen overbelast raken. Dat was bij het RIVM al duidelijk voordat de eerste coronapatiënt in Nederland was. Maar ziekenhuizen zijn daar toen door het ministerie van Volksgezondheid niet voor gewaarschuwd, en konden zich op dat moment dus ook nog niet voorbereiden op de impact van de coronacrisis. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS.

Verschillende deskundigen, onder wie Diederik Gommers (Erasmus MC en destijds voorzitter van de intensivecareartsen), Bart Berden (Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis) en Jan Kluytmans (UMC Utrecht), zijn onaangenaam verrast en vinden het een gemiste kans dat de informatie destijds niet is gedeeld met ziekenhuizen. “Als we dit hadden geweten hadden we een stuk eerder kunnen opschalen, dat zou veel stress hebben gescheeld”, zegt Gommers bijvoorbeeld.

‘Capaciteit is onvoldoende’

Het draait om een concept-memo die modelleurs van het RIVM op 9 februari 2020 stuurden aan het management. “In Nederland zijn ca. 37.000 ziekenhuisbedden, waaronder 1208 operationele IC-bedden. Deze capaciteit is onvoldoende”, schrijven de modelleurs. “Voor de gehele range van schattingen van [de] mogelijke ernst (…) berekenen we dat de zorgvraag uitstijgt boven deze beschikbare capaciteit.”

De memo is onlangs vrijgegeven door Volksgezondheid, nadat de NOS had ontdekt dat alle bijlagen van e-mails ontbraken in een pakket interne RIVM-documentatie uit februari 2020.

Het RIVM stelt dat deze informatie destijds is gedeeld met het ministerie. Volgens het instituut is het aan het ministerie om op basis van alle binnenkomende informatie te besluiten welke maatregelen genomen worden. Bijvoorbeeld om de ziekenhuizen bij voorbaat te waarschuwen.

Dit laatste is niet gebeurd. Het ministerie wil niet zeggen waarom niet. Ook over de rol van de RIVM-memo wil een woordvoerder niet uitweiden. “We zien geen reden om de route van deze specifieke memo verder uit te lopen, omdat verondersteld mag worden dat dit een van de scenario’s is die destijds zijn besproken”, zegt de woordvoerder.

Deskundigen spreken van een gemiste kans. Volgens toenmalig IC-chef Gommers is de memo niet besproken in de OMT-vergadering van 27 februari, waaraan ook het RIVM deelnam. “Als hier ook maar een deel van was besproken, had ik direct aan de bel getrokken. Uiteindelijk deed ik dat pas op 8 maart, toen ik een telefoontje kreeg van de Europese IC-vereniging.”

Jan Kluytmans (nu UMC Utrecht, eerder Amphia in Breda) zegt “erg verbaasd” te zijn over de memo. Hij maakte begin maart 2020 eigen berekeningen over de verwachte druk op de Brabantse ziekenhuizen.

“Toen we die berekeningen aan het ministerie lieten zien, vielen ze daar van hun stoel”, zegt Kluytmans.

Wat is gebeurd met de memo?

Bart Berden, bestuurder van het Elizabeth-Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg snapt niet dat de memo niet is gedeeld. Ook Amsterdam UMC-bestuurder Mark Kramer, als voorzitter van het Regionale Overleg Acute Zorg Noord Holland/Flevoland destijds intensief betrokken bij de crisisaanpak, is benieuwd over de bestuurlijke route van de memo.

“Voor mij is daarom de grote vraag op welk bureau bij het RIVM of het ministerie van VWS de formele gang van deze memo is gestokt en waarom dat is gebeurd”, zegt Kramer. “Deze kennis had bij de veiligheidsregio’s en de GGD GHOR ingebracht moeten worden. Die hadden dan tijdig zorgpartners, zoals ziekenhuizen in hun regio, kunnen betrekken bij voorbereidingen.”

Volgens Berden had ook het patiëntenspreidingssysteem LCPS al eerder opgestart kunnen worden. “Ik had dit heel graag eerder geweten. Dan hadden we al kunnen opschalen en als zorginstellingen elkaar veel eerder hebben opgezocht. Ik had dan ook direct meer persoonlijke beschermingsmiddelen ingekocht. Nu gingen de vliegtuigen vol mondkapjes in februari nog naar China.”

Huisartsen protesteren deze week tegen te hoge werkdruk

Maandag begint de landelijke actieweek van huisartsen waarmee zij protesteren tegen de hoeveelheid extra taken die zij op hun bord krijgen. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) waarschuwt al langer dat de grens bereikt is van wat de huisartsenzorg aankan.

The Final Days of Mississippi’s Last Abortion Clinic

The Jackson Women’s Health Organization was at the center of the case that overturned Roe v. Wade. Already, supporters are planning new ways to help women in one of the poorest spots in the nation get access to abortions.