ANP

NOS Nieuws

Nederland en de EU moeten zich voorbereiden op langdurige bescherming van miljoenen Oekraïense vluchtelingen in plaats van zich richten op tijdelijke crisisopvang. Dat zeggen onderzoekers van Instituut Clingendael die de migratiestromen in Europa sinds de Russische invasie op 24 februari in de gaten houden.

Ze zeggen dat Europa staat voor de grootste beschermingsmissie in de eigen regio sinds de Tweede Wereldoorlog. Ze dringen erop aan dat er op Europees en landelijk niveau snel actie wordt ondernomen.

Om de asielstelsels in Europa te ontlasten kunnen Oekraïense vluchtelingen nu een beroep doen op de zogenoemde richtlijn Tijdelijke Bescherming. Die richtlijn geeft ze een beschermingsstatus voor maximaal een jaar met een mogelijkheid tot verlenging tot drie jaar.

“Maar veel mensen gaan langer blijven”, zegt auteur van het Clingendael-onderzoek Monika Sie Dhian Ho. “Het is daarom zaak dat er gekeken wordt naar wat landen hiermee gaan doen. Het beleid is nu nog te veel gericht op tijdelijke opvang.”

Op den duur is ook een tweesporenbeleid noodzakelijk voor de mensen die blijven en de mensen die willen terugkeren, zegt Sie Dhian Ho. “Voor de mensen die langer blijven moet dan toch echt een asielprocedure komen en daarvoor moet de capaciteit snel worden opgevoerd.”

Volgens recente ramingen (zie tabel) kan Nederland ongeveer 30.000 vluchtelingen per één miljoen vluchtelingen uit Oekraïne verwachten. “Er zijn ongeveer 7 miljoen Oekraïners gevlucht, dus dat komt neer op ruim 200.000 vluchtelingen. Duitsland kan helemaal zijn borst natmaken, met ongeveer 2,5 miljoen vluchtelingen.”

Verwachtingen van de verdeling van Oekraïense vluchtelingen onder EU-lidstaten (bron Clingendael-rapport)

EU-land Percentage Oekraïners dat in bepaald land wil wonen Aantal vluchtelingen per 1 miljoen
Duitsland 35,6 356.100
Polen 15,4 154.400
Italië 10,9 109.400
Frankrijk 7,3 72.600
Tsjechië 7,0 70.000
Spanje 5,3 53.100
Nederland 2,9 29.100
Oostenrijk 2,9 28.800
Zweden 2,5 25.000
Denemarken 1,6 16.500

Daarbij moet ook rekening worden gehouden met mensen die niet willen blijven in het eerste land waar ze zijn opgevangen. “Landen als Roemenië, Slowakije, Hongarije zijn niet populair. Polen is dat wel, maar daar gaat het economisch niet goed, waardoor vluchtelingen gedwongen worden om door te reizen.”

Daarbij is de opvang ook niet overal hetzelfde. “In Polen worden mensen veel opgevangen door familie. Als de oorlog langer blijft voortduren, dan is dat niet vol te houden. In Nederland is de opvang veel meer door de veiligheidsregio’s geregeld.”

Gezinshereniging

Naast dat de oorlog in Oekraïne het voor een groot aantal Oekraïners het onmogelijk maakt om terug te keren, spelen ook migratieplannen een belangrijke rol, schrijven de onderzoekers. Eén op de vier Oekraïners wilde namelijk al voor de Russische invasie migreren.

Vrouwen en kinderen zijn minder snel geneigd om terug te keren, zeker wanneer ze geworteld raken in een ander land door werk en school, zeggen de Clingendael-onderzoekers. Omdat veel mannen in Oekraïne zijn achtergebleven, zijn de mogelijkheden voor gezinshereniging van belang in de beslissing om terug te keren of niet.

Bron