Door een ernstig tekort aan forensisch artsen moeten slachtoffers van zedenmisdrijven of kindermishandeling soms wachten tot ze medisch onderzocht kunnen worden. Ook de lijkschouw bij een onnatuurlijk overlijden moet soms worden uitgesteld. Sporen kunnen hierdoor verdwijnen.

Het uitstellen van deze onderzoeken is “zeer zorgelijk”, zeggen 25 GGD-directeuren publieke gezondheid in een brandbrief aan ministers van Volksgezondheid, Justitie en Binnenlandse Zaken. Het lukt de GGD’en niet om elke dag een forensisch arts of verpleegkundige beschikbaar te hebben.

“De situatie is dat we nu, elke dag weer van al die forensisch artsen vragen te kiezen tussen het één of het ander”, vertelt Nicolette Rigter, directeur publieke gezondheid van de GGD Utrecht. “Of je gaat het letselonderzoek doen of je gaat naar die mogelijk onnatuurlijke dood.” Het andere zal dan moeten wachten: “Al die keuzes leiden eigenlijk tot onaanvaardbare gevolgen, welke keuze die je ook maakt.”

Het uitstel van een lijkschouw heeft gevolgen voor de rechtspraak omdat sporen verdwijnen. Ook is het zwaar voor de nabestaanden van de overledene als ze langer moeten wachten.

Noodoplossingen

Als er niet snel een structurele oplossing komt, zal op de lange termijn een deel van de onderzoeken überhaupt niet meer kunnen worden uitgevoerd, zo waarschuwt de GGD. De afgelopen maanden zijn er al allerlei noodconstructies bedacht om het werk zoveel mogelijk door te laten gaan.

Een van die noodoplossingen is andere artsen de lijkschouw te laten doen. Dit maakte minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid voor een jaar mogelijk. Deze artsen staan onder supervisie van een forensisch arts en mogen alleen de eenvoudigere lijkschouwingen doen. Zoals een schouw na een val in een zorginstelling of euthanasie.

Ondanks deze noodgreep is het al een paar keer voorgekomen dat een euthanasie die gepland was, moest worden uitgesteld met een dag of paar dagen omdat er op dat moment geen forensisch arts beschikbaar was. Dat zegt Marc Mulders van het Expertisecentrum Euthanasie. Een forensisch arts komt na het overlijden kijken of de euthanasie volgens de regels is uitgevoerd.

“Wij vinden zo’n uitstel heel ernstig. Want het is aan de patiënt, de naasten en de uitvoerende arts om een goede datum te bepalen.” Daarin hoort een forensisch arts geen rol te spelen, stelt Mulders.

Noodoplossing jonge slachtoffers

Het onderzoeken van kinderen tot 15 jaar na een zedendelict of ernstige mishandeling mag alleen worden gedaan door forensisch artsen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Deze zaken vragen om extra kennis, opleiding en ervaring.

Sinds maart is het NFI niet meer in staat deze zaken alleen te doen. Hierdoor moesten jonge slachtoffers in maart wachten voor ze medisch onderzocht konden worden.

Guido Reijnen van de Beroepsvereniging van Forensisch Artsen legt uit hoe het tekort ertoe leidt dat zedenzaken op de plank blijven liggen:

Om dit voor de korte termijn op te lossen is er voor drie maanden een poule gevormd van de resterende NFI-artsen en extern ingehuurde artsen. Zij doen dit naast hun reguliere werk. Een structurele oplossing is dit noodverband daarom ook niet, benadrukt Guido Reijnen, voorzitter van het Forensisch Medisch Genootschap en mede-oprichter van deze poule. Hij denkt dat extra inzet van gespecialiseerde verpleegkundigen het werk van forensisch artsen erg zou kunnen ontlasten.

Nood te hoog voor uitstel

De GGD stelt dat de problemen zijn ontstaan door het uitblijven van geld voor een structurele oplossing. Er is 20 miljoen per jaar meer nodig om toekomstig forensisch artsen voor het vak te interesseren en een vaste baan te kunnen bieden. Minister Dilan Yesilgöz van Justitie gaf eerder aan dat maar een deel van dit bedrag gevonden kan worden in het coalitieakkoord. Volgens de GGD is de nood zo hoog geworden dat deze investering niet langer kan worden uitgesteld.

De ministeries schrijven in een reactie aan Nieuwsuur dat ze de problemen herkennen, maar werken nog aan een reactie op de brandbrief van de GGD’en. De verantwoordelijke ministers van Justitie, Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken komen “zo snel mogelijk” met een nieuwe Kamerbrief over het personeelsprobleem in de forensische geneeskunde.