In Kiev is het Eurovisie Songfestival niet het gesprek van de dag. Dat is natuurlijk de oorlog. En de alledaagse problemen die de oorlog met zich meebrengt. Iets wat nu sterk speelt is: hoe kom ik aan benzine of diesel voor mijn auto?

Maar als je ernaar vraagt, weten de meeste mensen in elk geval wel dat vanavond de finale is met Oekraïne als de gedoodverfde winnaar. Niet per se omdat het een fantastisch liedje is: “Het is niet slecht”, zegt een vrouw op straat. Maar vanwege de oorlog: “Het is politiek.”

Timoer Mirosjnytsjenko presenteert de Oekraïense tv-uitzending van het Songfestival vanavond vanuit een schuilkelder. Sinds de aanval op de zendmast van Kiev op 1 maart, waarbij vijf doden vielen, werkt de televisie ondergronds. “Maar het is fijn dat het allemaal toch gewoon kan doorgaan. Het Oekraïense leger heeft dit mogelijk gemaakt”, zegt hij. “Dat is toch wel een straaltje hoop in deze tijd. De Russen kunnen ons wel onze lente afpakken, maar niet onze hoop, onze harten, onze liefde voor muziek en het Songfestival.”

Symbolische gebeurtenis

Het liedjesfestijn is populair in Oekraïne. Bij de halve finales kregen Mirosjnytsjenko en zijn collega’s duizenden bedankjes dat ze hun werk bleven doen. “Ik weet dat mensen in de schuilkelders op hun telefoon naar de halve finale hebben zitten kijken of op hun radiootjes hebben geluisterd. Het is als een herinnering aan een andere tijd, een tijd dat ons leven nog normaal was, en ik denk dat dat heel belangrijk is voor ons allemaal.”

Voor hem is het geen uitgemaakte zaak dat Kalush Orchestra, de Oekraïense deelnemer, gaat winnen. “Ik moet dat nog zien. Er zijn een paar andere heel goede liedjes. Bijvoorbeeld van Groot-Brittannië, Italië, Spanje en Nederland, maar het kan natuurlijk dat we wat extra stemmen binnenhalen als teken van steun. En als we winnen, dan zou dat wel een heel symbolische gebeurtenis zijn. Een eerste overwinning vóór de grote zege waar we allemaal naar verlangen.”

Eerst moet dat vanavond nog maar gebeuren. Mirosjnytsjenko zit dus in zijn schuilkelder en de mensen die het via de televisie willen volgen doen dat gewoon thuis, want er geldt nog steeds een avondklok. Om 22.00 uur moet je binnen zijn en de meeste cafés en restaurants zijn zelfs al om 20.00 uur dicht om ervoor te zorgen dat de gasten en het personeel op tijd thuis kunnen zijn.

Een echtpaar kijkt sowieso elk jaar thuis. “Het zou mooi zijn als Oekraïne wint, maar veel belangrijker is dat we winnen op het slagveld.” Een stel jongeren is niet van plan om te kijken. “Mijn hoofd staat er niet echt naar, vanwege de moeilijke tijd waar we middenin zitten. Het is niet ook niet onze soort muziek en eigenlijk vind ik zo’n Songfestival ook nogal uit de tijd: landen die een wedstrijdje met elkaar aangaan.”

Mirosjnytsjenko vindt het wel een leuk liedje. Ook al omdat hij van alles houdt wat Oekraïens is. Sinds februari is het overal te horen en heeft het zich ontwikkeld tot een soort tweede volkslied. “Eerst ging het over een willekeurige moeder die een geruststellend liedje voor haar kinderen zingt, maar nu gaat het over alle moeders die hun kinderen willen beschermen. En over Oekraïne, de moeder van ons allemaal.”

Als Oekraïne inderdaad wint, zoals de bookmakers verwachten, dan zal dat in de stille straten van Kiev niet te horen zijn. En vanaf dat moment kunnen de organisatoren in Oekraïne zich het hoofd gaan breken hoe dat moet, volgend jaar, als het festival volgens de regels in Oekraïne moet worden gehouden.

De tv-presentator denkt even hardop: “Het is nu nog te onveilig. Tot in de verste uithoeken van het land. Maar we hebben vertrouwen in onze strijdkrachten, dus wie weet zien we elkaar volgend jaar wel in Charkov. Of Odessa. Of ergens op de Krim.”