Een groot deel van de top van het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft begin vorig jaar gedreigd met een vertrek. Dat bleek op de vijfde dag van de verhoren in het Huis van Afgevaardigden over de aanval op het Capitool van 6 januari vorig jaar.

Toenmalig president Trump wilde waarnemend minister van Justitie Jeffrey Rosen vervangen door Jeffrey Clark, een jurist van het ministerie van Justitie die geloofde in de uitlatingen van Trump dat er massale fraude was gepleegd bij de presidentsverkiezingen van eind 2020. Er is nooit bewijs voor geleverd, en rechters hebben alle bezwaren erover van Trump en zijn team van tafel geveegd.

De justitietop zag de machtswissel niet zitten en dreigde met een onmiddellijk vertrek, als Trump Rosen zou ontslaan. Rosen was overigens maar kort minister. Hij trad aan na het vertrek van William Barr.

Dagelijkse telefoontjes

Trump beweerde volgens Rosen regelmatig dat het ministerie van Justitie “niet genoeg had gedaan” om de beschuldiging te onderzoeken dat de verkiezingen door verkiezingsfraude waren “gestolen”. “Tussen 23 december en 3 januari heeft de president mij vrijwel dagelijks gebeld of gesproken”, zei Rosen tegen de commissie.

Volgens Rosen wilde Trump dat justitie met een verklaring zou komen waarin het resultaat van de verkiezingen in twijfel zou worden getrokken. “En laat de rest maar aan mij en de Republikeinen over”, zou Trump gezegd hebben. Rosen zei tegen de commissieleden dat justitie er niets van moest weten. “We hebben de wet en de feiten gevolgd.”

De onderminister van Justitie, Richard Donoghue, zei dat Trump sprak over een “arsenaal aan aantijgingen” om in te zetten. De verklaring die Justitie had moeten verspreiden, zou het ministerie op gevaarlijke wijze hebben gepolitiseerd, zei hij. “Het zou tot een constitutionele crisis hebben geleid.”

Gratie

Op de verhoordag bleek ook dat meerdere Republikeinse congresleden een gratieverzoek bij Trump hadden ingediend. Ze waren aanwezig geweest bij een vergadering met Trump, waar gesproken werd over mogelijkheden om iets aan de verkiezingsresultaten te veranderen. Ze vreesden daarvoor vervolgd te worden.

Een van de parlementsleden gaf het gratieverzoek toe en zei dat te hebben gedaan uit vrees voor “misbruik van het rechtssysteem” door de Democraten. Een ander congreslid ontkent. Trump heeft met de gratieverzoeken nooit iets gedaan.