Huishoudens met stadsverwarming moeten mogelijk tot in 2023 een hoge energieprijs betalen. Voorlopig komt er namelijk geen ontkoppeling van de energieprijs voor warmtenetten en de gasprijs, zeggen Haagse bronnen tegen de NOS.

Minister Jetten voor Klimaat en Energie zei in februari dat hij een “eerlijke prijs” wil voor stadswarmte. Dat is warmte die vrijkomt in een elektriciteitscentrale of een afvalverwerker.

De prijs van deze soort milieuvriendelijkere warmte wordt bepaald door de gasprijs en die is de afgelopen tijd fors gestegen. De wet waarin Jetten de ontkoppeling wil regelen is pas later – in 2023 – klaar, waardoor het langer gaat duren.

Het is een frustratie van veel huishoudens met stadsverwarming dat ze een steeds hogere energierekening krijgen, terwijl ze helemaal geen gas gebruiken.

De vertraging van de gehoopte ontkoppeling komt onder meer omdat Jetten in de nieuwe Warmtewet ook afspraken wil maken over het eigenaarschap van de warmtenetten. Daarover is nog veel overleg nodig.

GroenLinks-Kamerlid Kröger en Grinwis van de ChristenUnie reageren teleurgesteld. Ze hadden gehoopt dat de minister de ontkoppeling uit de warmtewet zou halen en met spoed zou invoeren, maar daar gaat de minister niet in mee. “Kun je geen tijdelijke regeling invoeren waardoor je die prijzen loskoppelt?”, vraagt Kröger zich af. “Ik baal hier wel van dat het nu langer duurt”, zegt Grinwis.

Deadline

Het gevolg is dat ook de komende winter gebruikers van een warmtenet zitten met de hoge energieprijs. Inmiddels ligt de prijs voor klanten van een warmtenet wel iets onder de gasprijs, blijkt uit onderzoek van DWA.

Komende winter zitten de klanten van het warmtenet nog met de hoge prijs, maar de ChristenUnie stelt wel een nieuwe deadline. “Die wet moet wel echt in 2023 van kracht gaan worden, zodat er in de volgende winter van eind 2023 wel een rechtvaardige warmteprijs is voor deze mensen.”