Deze week beginnen voor ruim 148.000 scholieren de centrale eindexamens. Ongeveer de helft van de leerlingen die dit jaar examen doen, zegt er met een achterstand aan te beginnen. Dat komt naar voren uit een vragenlijst van NOS Stories, die door meer dan tweeduizend eindexamenkandidaten werd ingevuld.

Volgens scholieren en het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) is het online-onderwijs in coronatijd de grote boosdoener. “Leerlingen die dit jaar eindexamen doen hadden het langst corona-onderwijs”, zegt LAKS-voorzitter Iben Maas.

Weliswaar hadden scholieren dit jaar minder met lockdownmaatregelen te maken, in het jaar ervoor hadden ze er wel volop last van. “De kwaliteit van onderwijs in coronatijd was gewoon niet zo goed, ongeacht hoe hard docenten hun best deden. Leerlingen hebben amper een basis gelegd voor hun examens.”

Zelf strijden

Examenkandidaat Yağmur Celik van 15 heeft het gevoel dat ze basiskennis mist. “We moeten nu echt zelf strijden, terwijl ik wel een achterstand heb door online les vorig jaar. Mijn derde jaar was volgens mij best belangrijk, want veel stof die je dan krijgt moet je ook kennen voor het examen. Maar dat heb ik allemaal gemist.”

Joes van den Hoek is 17 jaar en doet dit jaar het havo-eindexamen. Hij maakt zich zorgen om zijn examen en dan vooral om wiskunde B. Daar staat hij nu een 3,6 voor. “Afgerond een 4. Mijn achterstand bij wiskunde heb ik vorig schooljaar al opgelopen. Dat komt doordat ik echt les op school nodig heb om bij de les te blijven.”

Aruna Hoofs geeft Nederlands aan eindexamenleerlingen op het vmbo. Ook zij zag dat leerlingen vorig schooljaar een achterstand opliepen door corona-onderwijs. “Dit jaar zijn ze amper thuis geweest, maar vorig jaar hadden ze veel online les. Toen was de motivatie ver te zoeken. En mijn leerlingen zijn goudeerlijk. Dus dan vertelden ze later dat ze tijdens online lessen in bed zaten en na het absentierondje gewoon weer gingen slapen.”

Om het eindexamen Nederlands zelf maakt docent Aruna Hoofs zich niet zo’n zorgen. “Bij Nederlands hoeven ze maar in twee onderdelen examen te doen, lees- en schrijfvaardigheid. En het schoolsysteem is erop ingericht dat je je diploma haalt, dus daar lag de focus.”

Om hun kennis wat bij te spijkeren, maken veel scholieren gebruik van bijlessen en examentrainingen. “Negentig procent van mijn leerlingen heeft betaalde huiswerkbegeleiding en privébijles”, zegt scheikundedocent Safae El Haichar. Zij ziet dat extra hulp in veel gevallen ook echt werkt. “Een van mijn leerlingen is met betaalde hulp van een 4 naar een 8 gegaan.”

‘Heb je geld, dan komt het wel goed’

Heb je geen geld voor privébijles en moet je het hebben van extra hulp op school, dan maak je volgens El Haichar minder kans op hoge cijfers. “Juist leerlingen die het het hardst nodig hadden, maakten het minst gebruik van begeleiding op school. De drempel was voor hen te hoog. Scholieren zijn onzeker en vinden de grote bijlesgroepen te confronterend, dus gaan ze niet.”

De docent denkt dat er daarom een verschil zit in wie meer of minder kans heeft om te slagen. “Heb je geld, dan komt het wel goed. Maar zit je wat krapper? Dan heb je niet dezelfde kansen”, zegt ze. Volgens haar was het extra geld van de overheid voor begeleiding op school niet genoeg. De overheid trok 8,5 miljard euro uit om achterstanden in het onderwijs bij te werken.

Wegstrepen

Ondanks hun achterstand, maken de meeste scholieren die de enquête van NOS Stories invulden zich niet veel zorgen om hun slagingskansen. Dat heeft te maken met de versoepelde examenregels die dit jaar gelden. Leerlingen krijgen bijvoorbeeld een extra herkansing en mogen een vak wegstrepen van hun eindlijst als ze daar een onvoldoende voor hebben gehaald.

Toch denkt een kwart van de leerlingen dat ze minder kans maken op een diploma. “Ik denk dat we allemaal een stuk makkelijker denken over de examens omdat we een extra herkansing hebben. Ook met dat wegstrepen denk je toch sneller dat het allemaal wel goedkomt, terwijl het dan dus juist nog mis kan gaan”, zegt eindexamenleerling Yağmur Celik.