Het Utrechts Archief

In samenwerking met

RTV Utrecht

NOS Nieuwsvandaag, 14:16

Kardinaal Johannes de Jong, die vanaf 1936 aartsbisschop was in Utrecht, wordt vandaag de Yad Vashem-onderscheiding toegekend. Hij krijgt de eretitel postuum omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden hielp te overleven en omdat hij zich publiekelijk verzette tegen de Jodenvervolging.

De ambassadeur van Israël, Modi Ephraim, overhandigt de oorkonde en medaille die bij de onderscheiding horen in Utrecht aan de nabestaanden van de in 1955 overleden De Jong.

Als aartsbisschop van Utrecht (pas na de oorlog werd hij kardinaal) keerde De Jong zich in de oorlogsjaren openlijk tegen de Duitsers, die hij geregeld ‘de vijand’ noemde. Hij verbood rooms-katholieke dagbladen om advertenties van de NSB te plaatsen.

‘Leider van het verzet’

“Hij was leider van het verzet”, zegt hulpbisschop Herman Woorts bij RTV Utrecht. Wat het verzet van De Jong extra bijzonder maakte is dat hij zich openlijk uitsprak tegen de bezetter. “Het meest in het oog springende feit is dat hij, samen met andere Nederlandse bisschoppen, een aantal keren publiekelijk protest heeft aangetekend tegen de maatregelen van de nazi’s, waaronder de Jodendeportatie.”

Dat gebeurde door middel van brieven die in alle Katholieke kerken werden voorgelezen tijdens de oorlog. “De nazi’s zijn hier die ochtend geweest, zodat het afgeblazen zou worden, maar hij heeft de andere vijf bisschoppen gebeld met de boodschap: het gaat door!”

Het aartsbisdom Utrecht droeg De Jong enkele jaren geleden al voor. Kardinaal Eijk reisde in januari 2017 naar Jeruzalem om de aanvraag toe te lichten. Maar ruim een jaar later trok het aartsbisdom de aanvraag weer in omdat er twijfels waren gerezen over de rol van De Jong kort na de oorlog.

Er waren aanwijzingen dat een naaste medewerker van De Jong zich had ingespannen om te voorkomen dat een beruchte katholieke oorlogsmisdadiger de doodstraf zou krijgen. De naaste medewerker was mgr. Felix van de Loo (1886-1959), de oorlogsmisdadiger diens neef, SS’er Willem van de Loo (1909-1981).

De vraag was niet alleen of dat inderdaad is gebeurd, maar ook of De Jong daarvan op de hoogte was en of de kerk zich vaker met de rechtsgang tegen katholieke oorlogsmisdadigers heeft bemoeid. Maar dat blijkt allemaal niet het geval te zijn geweest.

Bron