In het afgelopen studiejaar zijn aan Nederlandse universiteiten 2612 vrouwen gepromoveerd en 2607 mannen. Voor het eerst is het merendeel van de promovendi vrouw, blijkt uit cijfers van het CBS. Een jaar eerder was het verschil al bijna verdwenen. Toen was 49,7 procent van alle geslaagde promovendi vrouw.

Het totale aantal promoties neemt al jaren toe, net als het aandeel vrouwen. In het studiejaar 1990/1991 waren er een kleine 1900 promoties. Vrouwen maakten nog geen 18 procent van het totaal uit. In 1999 steeg het aandeel vrouwen voor het eerst boven de 30 procent, in 2003 kwam het boven de 40 procent uit. Daarna ging de toename langzamer. Tussen 2013 en 2020 bleef het percentage wat schommelen tussen de 47 en 49 procent.

De studierichting ‘gezondheidszorg en welzijn’ is verantwoordelijk voor 38 procent van alle promoties. Daarin zijn veel vrouwen werkzaam en sinds 2006 hebben vrouwen daar al de overhand. Van alle promovendi was bij die studierichting 60 procent vrouw in het afgelopen studiejaar.

Ook bij de alfa- en gammastudierichtingen zijn vrouwen in de meerderheid. Alleen bij bètastudies zijn mannen sterk oververtegenwoordigd. Een kleine 38 procent van de promovendi is daar vrouw. Dat verklaart bijvoorbeeld ook waarom de TU Delft afwijkt van de landelijke trend. Op dit moment maken vrouwen daar 31,4 procent uit van het aantal promovendi.

Bij overig personeel aan de universiteit is de verhouding tussen mannen en vrouwen verre van gelijk. Vorig jaar was voor het eerst meer dan een kwart van de hoogleraren aan Nederlandse universiteiten vrouw. Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren sprak van een mijlpaal.

Een promotie is een belangrijke stap voor wie een verdere universitaire carrière ambieert, en daarmee een kraamkamer voor latere universitair docenten, hoofddocenten en hoogleraren. De gemiddelde leeftijd van een promovendus is nu 29,5 jaar, een hoogleraar is bij benoeming gemiddeld 49. Dat betekent dat het zo’n 19 jaar kan duren voordat de verhouding in promovendi weerspiegeld wordt in het aantal benoemingen van hoogleraren, aldus het Rathenau Instituut.