Het lichaam van de vermiste opvarende van een binnenvaartschip dat in april omsloeg is gevonden, meldt de politie. Het lichaam is gevonden in het water van de Nieuwe Waterweg, nabij Rozenburg.

De zeehavenpolitie heeft het lichaam van de 20-jarige man uit Urk afgelopen zondag gevonden, meldt Omroep Flevoland. Het stoffelijk overschot is uiteindelijk geïdentificeerd via dna-onderzoek.

Het gekapseisde schip was via de Nieuwe Waterweg onderweg naar Rotterdam. Door nog onbekende oorzaak kwam het op 14 april in de buurt van de Maeslantkering, bij Hoek van Holland, in de problemen. Er waren twee mensen aan boord. Een van hen, de kapitein, kwam veilig aan de kant. De ander, de 20-jarige man, werd niet gevonden.

Direct na het ongeluk werd er een grote zoekactie gehouden naar de man. Die werd ’s nachts gestaakt, waarop werd begonnen met het bergen van het schip. Het lichaam werd ook niet in het schip gevonden.

Reguliere controle

Daarna hebben hulpinstanties met tientallen vrijwilligers nog langs de kades en oevers van de Nieuwe Waterweg gezocht in de hoop het lichaam te vinden. Begin mei besloten ook deze groepen te stoppen met actief zoeken. Plaatselijke instanties zouden daarna tijdens reguliere controles nog wel uitkijken naar het lichaam en dat heeft volgens Omroep Flevoland geleid tot de vondst van het stoffelijk overschot.

Burgemeester Cees van den Bos van Urk laat op Twitter mee te leven met de nabestaanden. “Het verdriet blijft, maar we zijn dankbaar dat het lichaam van het omgekomen bemanningslid is gevonden.”

Waardoor het binnenvaartschip heeft kunnen omslaan, is onduidelijk. Het Openbaar Ministerie is bezig met een strafrechtelijk onderzoek naar het kapseizen. Het moet uitwijzen of er sprake is van een misdrijf of verwijtbaar handelen. Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid is een onderzoek gestart naar het kapseizen.

Eerder zei de kapitein van het schip, Kees Post, wel een vermoeden van de oorzaak van het ongeluk te hebben. Volgens hem wilden twee grote zeeschepen elkaar inhalen. Dat zouden ze met een te hoge snelheid hebben gedaan, waardoor er een hoge hekgolf ontstond die de lading van zijn binnenvaartschip liet schuiven. Daardoor kapseisden ze “binnen één seconde”, vertelde hij.

Het schip vervoerde ten tijde van het kapseizen zogeheten anode-blokken. Deze zware voorwerpen worden gebruikt in de aluminiumindustrie.