‘Mogelijk schadelijke pesticiden op fruit en groenten fors toegenomen’

Op steeds meer groente en fruit zijn sporen van mogelijk schadelijke bestrijdingsmiddelen te vinden. Dat is de conclusie van een onderzoek onder bijna 100.000 stuks Europees geproduceerd groente en fruit door het Pesticide Action Network (PAN).

De actiegroep vergeleek data die de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid EFSA tussen 2011 en 2019 verzamelde en zag een significante stijging van volgens hen omstreden pesticiden op alle soorten groente en fruit.

In totaal waren er in 2019 op 13 procent van alle groenten en 29 procent van al het fruit pesticiden aanwezig. In 2011 was dat nog respectievelijk 11 en 18 procent. Bij het fruit ‘scoorden’ blauwe bessen (51 procent), perziken (45 procent) en aardbeien (38 procent) het slechtst. Groenten met de meeste sporen van pesticiden zijn selderij (50 procent), knolselderij (45 procent) en bloemkool (31 procent).

Hans Muilerman van het PAN verklaart de toename door resistentie bij insecten, schimmels en onkruid. “Daardoor gaan boeren meer spuiten en dat zorgt alleen maar voor nog meer resistentie. Je krijgt een soort vicieuze cirkel”, zegt Muilerman.

Hoe zorgwekkend is het dat deze stoffen op onze groenten en fruit gevonden zijn? Volgens de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) is er geen reden tot bezorgdheid. Het feit dat de stoffen worden aangetroffen is niet erg, als de hoeveelheid maar onder de wettelijke residulimiet blijft. Deze limiet ligt volgens de NVWA in de EU veel lager dan in landen daarbuiten.

“Voldoet een levensmiddel aan deze limieten, dan is het niet onveilig en is er geen reden voor ons om als toezichthouder op te treden”, laat de NVWA aan de NOS weten.

De hoeveelheid pesticiden is in het onderzoek van het PAN niet meegenomen. In 2020 maakte het EFSA bekend dat in zo’n 5 procent van de gevallen de residulimiet werd overschreden.

Ook emeritus hoogleraar toxicologie Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht zegt dat deze stoffen in kleine hoeveelheden vrijwel geen risico vormen voor gewone consumenten van groente en fruit. “Je moet wel heel veel groente en fruit eten om in de buurt van gevaarlijke hoeveelheden te komen”, zegt Van den Berg. Anders is het voor boeren zelf en omwonenden van akkers. “Naar de effecten voor hen is wel meer onderzoek nodig.”

Ook het gebruik van een mix van meerdere pesticiden tegelijkertijd komt vaker voor, blijkt uit het onderzoek. In 2011 kwam op 6,4 procent van het onderzochte fruit een ‘pesticidencocktail’ voor, in 2019 was dat 10,2 procent. Deze cocktails zijn een grote zorg van neuroloog Bas Bloem van de Radbouduniversiteit. “We kijken nu alleen naar losse middelen, maar weten niet wat de combinatie van deze stoffen doet met de risico’s”, zegt Bloem.

Bloem pleit in zijn boek voor nieuwe manieren om de veiligheid van pesticiden te toetsen. Hij onderzoekt al jaren welke rol pesticiden spelen in het ontstaan van de ziekte van Parkinson.

Cumulatieve effecten

Volgens Bloem is de manier waarop pesticiden worden getest ontoereikend. Dat gebeurt op muizen. Er wordt gekeken of ze de stof overleven, of de stof kankerverwekkend is en of er schade aan de neurologische systemen ontstaat. Volgens Bloem schiet de test vooral in de laatste categorie tekort. “Er wordt geen rekening gehouden met eventuele cumulatieve effecten.”

Muilerman van het PAN roept de regering op om haast te maken met strengere wetgeving. “Er zijn wel alternatieven voor pesticiden, maar er wordt te weinig druk uitgeoefend. Voor boeren is er geen prikkel om het anders aan te gaan pakken.”

Veertien kinderen en leraar doodgeschoten op basisschool in Texas

Bij een aanslag op een basisschool in Texas zijn zeker veertien kinderen en een leraar gedood. Ook de 18-jarige schutter is omgekomen, zei gouverneur Abbott op een persconferentie.

Het gaat volgens persbureau AP om de dodelijkste schietpartij op een school in de geschiedenis van de Amerikaanse staat. Het drama gebeurde op de Robb Elementary School in de plaats Uvalde, ten westen van San Antonio.

De schutter kwam per voertuig naar de school met in ieder geval een pistool. Mogelijk had hij ook een geweer bij zich, zei Abbott. De dader zou zijn doodgeschoten door politieagenten.

Hier zie je helikopterbeelden van de afgezette basisschool:

Een onbekend aantal kinderen en volwassenen is gewond geraakt. ABC News meldt dat zeker zestien kinderen met verwondingen zijn opgenomen in plaatselijke ziekenhuizen, net als een aantal anderen.

“De situatie is heel slecht”, appte de burgemeester van Uvalde aan ABC. De lokale autoriteiten willen eerst in contact komen met ouders voordat er meer informatie wordt verstrekt.

‘Verschrikkelijk’

Volgens gouverneur Abbott is de dader Salvador Ramos, die ook zou wonen in Uvalde. “Hij heeft op verschrikkelijke en onbegrijpelijke wijze veertien leerlingen en een leraar doodgeschoten”, zei hij op de persconferentie. Waarom de 18-jarige het vuur heeft geopend in de basisschool is nog onduidelijk.

De schutter zou mogelijk ook zijn oma hebben neergeschoten voordat hij de school binnenging. Details hierover ontbreken nog.

Forse toename

De FBI maakte deze week bekend dat dit soort schietpartijen veel vaker voorkomt dan voorheen. Vorig jaar waren er 61 incidenten met active shooters, ruim de helft meer dan het jaar ervoor en het hoogste aantal in twintig jaar tijd. Het gaat dan om gewapende personen die in een openbare ruimte willekeurig mensen proberen dood te schieten. Bij al dit soort incidenten werden vorig jaar 103 mensen gedood.

Vuurwapengeweld is al decennia een groot probleem in de Verenigde Staten. In 2020 kwamen er 45.222 mensen door schotwonden om het leven. Volgens denktank Pew Research Center was dat aantal nooit eerder zo hoog.

Ontknoping ‘partygate’ nadert, nieuwe onthullingen door medewerkers

Personeel van Downing Street 10 heeft onthullingen gedaan over de ‘lockdownfeestjes’ die wekelijks plaatsvonden tijdens de coronalockdown. In een documentaire van de BBC die vanavond wordt uitgezonden, komen anonieme overheidsmedewerkers aan het woord die zelf aanwezig waren bij de borrels en feestjes. Ze vertellen onder meer hoe collega’s “bij elkaar op schoot zaten” en hoe de drankflessen de volgende dag nog op kantoor lagen.

De onthullingen komen aan de vooravond van het langverwachte onderzoeksrapport van ambtenaar Sue Gray naar partygate, het schandaal dat de Britse politiek al zes maanden achtervolgt. Gray mocht haar bevindingen niet eerder publiceren omdat het politieonderzoek nog niet was afgerond. Haar rapport wordt een dezer dagen verwacht.

In de documentaire komen medewerkers van Downing Street 10 aan het woord die Johnson zelf op de feestjes hebben gezien:

Gray deed maandenlang onderzoek naar de illegale borrels en feestjes op Downing Street tijdens de coronalockdowns en heeft dit tot in detail beschreven: welke feestjes wanneer plaatsvonden, wat er gebeurde, wie erbij was en waarom. Daarnaast zal het rapport de bijeenkomsten ook in hun context plaatsen. Dus beschrijven wat er rond die tijd door de regering over het coronavirus werd gezegd en wat volgens de wet was toegestaan.

De verwachting is dat haar rapportage en conclusies niet mals zijn. Zo zouden de regels veelvuldig zijn geschonden, zou er een diepgewortelde drinkcultuur heersen in het hart van de Britse regering en zou het leiderschap aan de top van het ambtenarenapparaat totaal hebben gefaald.

Foto’s

Er zit nog iets potentieel explosiefs in dit rapport: beeldmateriaal. Tientallen, misschien wel honderden foto’s zouden onderdeel zijn van Sue Gray’s onderzoek. Het is nog niet bekend of alle foto’s of slechts een selectie openbaar wordt gemaakt.

Wat we wel weten, is dat beelden het meest schadelijk kunnen zijn voor de publieke perceptie. Als er meer foto’s worden gepubliceerd waarop ministers – of zelfs de premier zelf – op feestjes te zien zijn, zal dat een onuitwisbare indruk achterlaten.

Waarin wijkt Gray’s rapport af van het onderzoek van de politie?

De politie heeft zelf ook een onderzoek gedaan. Dat heeft geleid tot 126 boetes voor 83 medewerkers in het hart van de Britse regering. Daarmee is Downing Street 10 het meest beboete adres in het Verenigd Koninkrijk. Maar over het politieonderzoek is veel onduidelijk: zo zijn geen namen gepubliceerd en is niet bekendgemaakt voor welke feestjes boetes zijn gegeven.

Premier Johnson, zijn vrouw Carrie en minister van Financiën Rishi Sunak hebben zelf wel openbaar gemaakt dat ze zijn beboet. Ze kregen die boetes voor een verjaardagbijeenkomst met taart op 19 juni 2020.

Volgens Britse media zou de premier bij nog vier bijeenkomsten zijn geweest waarvoor hij geen boete heeft ontvangen, terwijl anderen op dezelfde bijeenkomsten wél een boete kregen. Dat heeft geleid tot veel vragen, die nu met het gedetailleerde rapport van Sue Gray wellicht beantwoord zullen worden.

Wat betekent dit voor premier Johnson?

Johnson staat de komende dagen wederom een politieke storm te wachten. Nabestaanden van coronaslachtoffers zullen woedend reageren en politici uit de oppositie zullen hem weer oproepen om af te treden. Maar uiteindelijk is de reactie van de Tory-parlementsleden doorslaggevend; alleen Johnsons eigen partij kan hem afzetten.

Het is dus de vraag of de details van Sue Gray voldoende zijn om de Tories tegen hem te keren. Een aantal Tory-leden vroeg in de afgelopen maanden openlijk om Johnsons vertrek, maar om een stemming over zijn leiderschap af te dwingen moeten zeker 54 conservatieve parlementariërs per brief het vertrouwen in hem opzeggen. Dat aantal is tot nu toe niet gehaald.

Momentum lijkt voorbij

Het is afwachten in welke mate het definitieve rapport van Gray nog impact zal hebben op de positie van de Johnson. Na zes maanden Partygate-discussie is het momentum enigszins verdwenen. Het rapport vormt eerder een afsluiting van het schandaal, een definitief en officieel rapport na de flarden die al naar de pers gelekt zijn.

Hoe dan ook zal het weer een nieuwe klap zijn voor het al hevig beschadigde imago van de premier. Wat betreft de publieke perceptie zal het waarschijnlijk bevestigen wat mensen al denken: dat hij zich niet aan zijn eigen regels houdt. En dat zal ook op de lange termijn vertrouwen in de Britse overheid instituties geen goed doen.

Kabinet wil meer aandelen Air France-KLM: is dat verstandig?

Opnieuw steekt Nederland honderden miljoenen in Air France-KLM. De staat wil voor zo’n 220 miljoen euro nieuwe aandelen kopen, om het belang van 9,3 procent op peil houden. Door nu opnieuw aandelen te kopen, wordt het belang van de Nederlandse staat in Air France KLM weer precies even groot als dat van de Franse staat.

Niet verrassend, zegt Nieuwsuur-econoom Mathijs Bouman. “Het is gebruikelijk dat een bedrijf bij uitgifte van nieuwe aandelen aan de huidige aandeelhouders vraagt: doe je mee? Het was verrassender geweest als we niet mee hadden gedaan.”

Willem Schmid, voorzitter van pilotenvakbond, vindt het goed nieuws dat Nederland meer aandelen koopt. “Dit dient het publieke belang. Daarmee blijft de Nederlandse staat betrokken bij de koers van het bedrijf waarbij het de Nederlandse belangen kan dienen, gericht op een sterke eigenstandige hub-functie, die Nederland met de wereld verbindt.” Een hub is het middelpunt van een netwerk, een knooppunt.

De vraag wat Nederland tot nu toe aan het belang in Air France – KLM had, is volgens Schmid lastig te beantwoorden, omdat het “soms om meer indirecte en minder zichtbare invloeden” gaat. “De interesse en investeringen door andere (private) partijen die Air France – KLM vandaag bekendmaakt, laat zien dat het bedrijf op de weg terug is om weer een gezond en winstgevend bedrijf te worden met een sterk toekomstperspectief.”

Econoom Mathijs Bouman zegt dat de kapitaalpositie van Air France – KLM inderdaad zal verbeteren door de aankoop van de aandelen. “Maar het pikante is wel dat het grootste deel van de opbrengst van deze aandelenverkoop wordt gebruikt om schulden bij de Franse overheid af te lossen.”

Volgens Reinier Castelein, voorzitter van vakbond De Unie, is het vooral belangrijk dat het kabinet met duidelijk beleid komt. Hij is voor de aankoop van aandelen.

“We investeren ook veel in de snelwegen A2 en de A27. Ik zie de KLM hetzelfde: als vitale infrastructuur. De vraag is alleen wat de plannen zijn. Er komt opnieuw steun, maar aan de andere kant komt er ook een vliegtax. Tot nu toe heb ik geen idee wat de overheid aan het doen is. Ik zou zeggen: maak de plannen duidelijk.”

Zeggenschap

Tot nu toe lijkt van het voornemen om meer zeggenschap te krijgen in de top van Air France-KLM weinig terecht te komen. Zo krijgt topman Ben Smith vorig jaar tegen de zin van het kabinet nog een flinke bonus. Onlangs legde KLM-grondpersoneel het werk neer vanwege de slechte werkomstandigheden.

Volgens luchtvaartjournalist Ties Joosten is het aandeel van Nederland allang verwaterd. De aankoop van nieuwe aandelen verandert daar volgens hem helemaal niets aan. “Je kunt je afvragen of dat erg is. We hadden geen geld hoeven overmaken. We hoeven het nog steeds niet te doen. Air France-KLM wil zich verder toeleggen op vrachtverkeer, waarbij kisten vol spullen rond de aarde vliegen. Past dat binnen onze strijd om de klimaatdoelstellingen te halen?”

Of Nederland er verstandig aan doet opnieuw aandelen te kopen, is volgens Joosten een politieke vraag. Zelf denkt hij niet dat het kabinet ooit een grens zal stellen aan de steun. De Kamerbrief van ministers Sigrid Kaag (financiën) en Mark Harbers (Infrastructuur) vandaag verstuurden, had volgens Joosten ook tig jaar geleden geschreven kunnen zijn.

“Ik hoor al honderd jaar dezelfde argumenten, bijvoorbeeld over die hub-functie die Nederland niet moet verliezen. Dat is handelen uit emotie, uit angst overgeslagen te worden. Niemand stelt zich de vraag wat we eigenlijk aan die hub-functie hebben, of wat de arbeidsmarkt eraan heeft. En of dit past binnen onze eigen doelstellingen voor het klimaat.”

Kabinet overweegt institutioneel racisme bij Belastingdienst te erkennen

Staatssecretaris Van Rij (Financiën) wil erkennen dat er bij een deel van de Belastingdienst institutioneel racisme heeft plaatsgevonden. Haagse bronnen melden aan de NOS dat de ministerraad waarschijnlijk morgen spreekt over een voorstel van de CDA-bewindspersoon hiertoe. Afgelopen vrijdag sprak de ministerraad er al over, maar toen kwamen de aanwezigen er niet uit.

De kwestie speelt omdat de Belastingdienst mensen op een fraudelijst kon plaatsen om allerlei onjuiste redenen. Zo bleek onlangs uit onderzoek dat mensen die geld gaven aan een moskee, om die reden kans maakten om op die fraudelijst te komen. Ook nationaliteit kon een rol spelen.

Er bestonden werkinstructies waarin stond dat naar dit soort zaken gekeken moest worden. Bij een deel van de fiscus lette men daardoor meer op persoonlijke kenmerken dan op fiscale.

Discriminatoir

Van Rij gaf eerder al toe dat hier verwerpelijk is gehandeld en hij gaf toe dat er discriminatie heeft plaatsgevonden door het “discriminatoir” te noemen, maar van racisme wilde hij toen niet spreken. Ook premier Rutte zei eerder dat hij niet vindt dat er bij de Nederlandse overheid sprake is van institutioneel racisme.

Na Kamervragen hierover en uitspraken van Rabin Baldewsingh, de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, lijkt de boel te zijn gaan bewegen in Den Haag. Kamerleden vroegen zich af hoe het kan dat het kabinet volhield dat er hier geen stelselmatig racisme plaatsvond als er zelfs werkinstructies waren gemaakt hiervoor.

Baldewsingh zei onlangs in Trouw: “In de definitie die ik gebruik is er sprake van institutioneel racisme als beleid en geschreven en ongeschreven regels van instituten of organisaties leiden tot ongelijke behandeling op basis van afkomst, etniciteit, religie enzovoorts.” En: “Bij de Belastingdienst was een lijst met criteria om fraude op te sporen waar precies dit soort dingen in stonden: donaties aan de moskee, nationaliteit. Er was hier per definitie sprake van institutioneel racisme.”

Een deel van de Belastingdienst

Naar verluidt werd in de ministerraad eerder aangevoerd dat erkenning van institutioneel racisme te veel zou afstralen op de gehele Belastingdienst. Men lijkt nu te willen aankoersen op een verklaring waarin wordt benadrukt dat het om een deel van de Belastingdienst ging en dat die dienst niet in zichzelf institutioneel racistisch is.

Als de ministerraad instemt met het voorstel van Van Rij, heeft dat mogelijk juridische gevolgen voor de Belastingdienst, vreesde het ministerie van Financiën eerder. Dat moest worden uitgezocht. Wat daar de uitkomsten van zijn, wordt morgen wellicht duidelijk.

175 arrestaties bij klimaatactie Extinction Rebellion in Rotterdam

In Rotterdam zijn 175 demonstranten opgepakt die betrokken waren bij acties van klimaatprotestgroep Extinction Rebellion. 110 van hen werden gearresteerd in het centrum en 65 op de Maasvlakte, meldt de politie.

Betogers blokkeerden sinds 12.00 uur vanmiddag het Weena in het centrum van de stad, in de buurt van het kantoor van olie- en gasbedrijf Shell, waar flessen nepbloed werden leeggespoten. Ook bij de Onyx-kolencentrale op de Maasvlakte werd actiegevoerd.

Rond 15.00 uur hadden de acties “tegen de fossiele industrie en voor een klimaatrechtvaardige transitie” beëindigd moeten worden, maar hier werd geen gehoor aan gegeven. Volgens de politie zijn daarop waarschuwingen gegeven. Activisten die geen gehoor gaven aan de oproep om het protest te beëindigen, werden opgepakt.

Met cola en krabbers losgepeuterd van straat

De actie verstoorde het verkeer in het centrum van Rotterdam sinds het begin van de middag. Op het Weena hadden deelnemers zichzelf vastgeketend aan een auto. Ze droegen teksten als “Hou de olie in de grond” en “Laat de fossiele industrie uitsterven”.

Toen de politie de opdracht gaf om de demonstratie te beëindigen, plakten deelnemers zichzelf met lijm vast aan de straat. De politie heeft de betogers daarop met cola en ijskrabbers losgemaakt, waarna de actievoerders volgens de politie meewerkten met de agenten. De politie zegt dat de arrestaties rustig zijn verlopen.

Werk kolencentrale niet verstoord

Op de Maasvlakte hadden Extinction Rebellion-actievoerders zichzelf vastgeketend aan een spoorlijn, met de bedoeling de transporten van steenkool naar de Onyx-kolencentrale tegen te houden. Ook toegangswegen waren geblokkeerd.

Het Europees Massagoed Overslagbedrijf (EMO) meldt dat het spoorvervoer op de Maasvlakte is verstoord door de actie, maar dat het werk bij de kolencentrale niet stil is komen te liggen. Betogers hebben het terrein van de centrale ook niet betreden.

Zorgen om Oekraïense kinderen die zonder ouders naar Nederland zijn gevlucht

Hulporganisaties maken zich grote zorgen om alleenstaande minderjarige vluchtelingen uit Oekraïne. Anders dan alleenstaande asielzoekerskinderen uit bijvoorbeeld Syrië worden ze niet altijd geregistreerd en krijgt maar een enkeling een voogd toegewezen.

Volgens Unicef en Vluchtelingenwerk zijn de kinderen nauwelijks in beeld bij organisaties die voor een veilige opvang zorgen. Ze lopen het risico slachtoffer te worden van mensenhandel en uitbuiting. Op dit moment zijn er zeker 170 minderjarige Oekraïners zonder ouder in Nederland.

Dit cijfer van 170 is gebaseerd op het aantal Oekraïense alleenstaande minderjarigen die zijn aangemeld bij de kinderbescherming. Een woordvoerder zegt niet te weten of dat de hele groep is: “We zijn realistisch. De kans is best groot dat er kinderen zijn die nog niet zijn aangemeld. Daarom roepen we iedereen op om alert te zijn en kinderen te melden bij de gemeente of rechtstreeks bij de kinderbescherming.”

Van die kinderen hebben er maar een paar een voogd toegewezen gekregen door de rechter. Voor de grootste groep is dat volgens de kinderbescherming niet nodig omdat ouders vanuit Oekraïne gezag kunnen uitvoeren. Zij hebben dan telefonisch contact met hun kinderen.

Daarnaast heeft volgens de kinderbescherming “een aanzienlijk deel van de kinderen” documenten bij zich waarin hun ouders verklaren dat de volwassene met wie het kind is gevlucht, beslissingen mag nemen over het kind. Dat kan bijvoorbeeld een tante zijn, een buurvrouw of een meerderjarige zus. De IND moet eerst controleren of die documenten echt zijn en kloppen. Daarna kan de kinderbescherming besluiten of het inderdaad niet nodig is om gezag te regelen.

Ook Nidos is bezorgd

De gang van zaken leidt ook tot zorgen bij Nidos, de stichting die in Nederland het grootste deel van de alleenstaanden opvangt en ook vaak als wettelijk voogd optreedt. De stichting zegt nu zo’n twintig Oekraïense alleenstaande minderjarigen in opvang te hebben, waar ze, op een enkeling na, geen voogdij over heeft gekregen.

Het gevaar is dat geen enkele instantie met deze kinderen contact houdt, aldus Nidos. En een alternatieve geschikte opvang is er volgens de organisatie nauwelijks. Gemeenten hebben in het Brabantse Mierlo weliswaar een locatie voor 66 minderjarige Oekraïners opengesteld, maar daar is sinds de opening vorige maand slechts één kind een aantal nachten geweest.

Nidos wil de jongeren die de stichting opvangt ook niet naar Mierlo sturen, onder meer omdat het gaat om een tijdelijke opvangplek, met begeleiding door vrijwilligers. Daarmee is volgens Nidos de continuïteit van opvang niet gewaarborgd.

De organisatie heeft bovendien kritiek op het argument van de kinderbescherming dat Oekraïense kinderen die telefonisch contact hebben met hun ouders geen voogd nodig hebben. Ook niet-Oekraïense asielzoekerskinderen kunnen contact hebben met hun ouders maar krijgen dan alsnog een voogd, betoogt Nidos.

Betere informatievoorziening

Vluchtelingenwerk en Unicef zijn specifiek bezorgd om de Oekraïense kinderen die zonder hun ouders bij een particulier in huis wonen. Sommigen zijn door vrijwilligers in groepen bij de Poolse grens opgehaald en zijn meegekomen met familie of vrienden. Evita Bloemheuvel van Vluchtelingenwerk: “Het is niet zeker of alle kinderen zijn ingeschreven. Niemand heeft die groep volledig in beeld. Als ze wel zijn ingeschreven, is het lastig om zonder wettelijk vertegenwoordiger in Nederland weekgeld te ontvangen of hen in te schrijven op school.”

Kinderrechtenspecialist Arja Oomkens van Unicef pleit voor betere informatievoorziening voor professionals en vrijwilligers en wil ook dat de regering duidelijk uitlegt waarom het zo belangrijk is om deze kinderen te registreren. Ze wil ook dat het kabinet hierover het gesprek aangaat met de Oekraïense gemeenschap in Nederland.

Omvang online antisemitische uitingen in het Nederlands voor het eerst in kaart

In 2020 werden er zeker 200.000 antisemitische berichten in het Nederlands op sociale media geplaatst. Daarbij gaat het onder meer om tweets, Facebookberichten, reacties op YouTube-video’s en openbare chats op Telegram. De bevindingen zijn gepubliceerd in een onderzoek (.pdf) van de Utrecht Data School.

De onderzoekers probeerden de omvang van online antisemitisme in Nederland voor het eerst in kaart te brengen, in opdracht van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en het Centraal Joods Overleg (CJO).

In werkelijkheid is het aantal antisemitische berichten nog groter. De onderzoekers hebben alleen tekst kunnen analyseren, en geen afbeeldingen. Veel antisemitisme wordt geuit door middel van plaatjes met daarop bijvoorbeeld tekeningen van Joden met klassieke stereotiepe uiterlijke kenmerken. Daarbij zijn de databases van sommige sociale media, zoals Facebook, niet goed toegankelijk voor onafhankelijk onderzoek.

Impliciet en expliciet antisemitisme

De onderzoekers hebben 107 termen geformuleerd om het web te doorzoeken op berichten die “expliciet of impliciet gerelateerd zijn aan het Jodendom”. Het gaat dan om woorden als ‘Joods’, ‘Israël’ of ‘keppel’, en om termen die regelmatig gebruikt worden in antisemitische uitingen, zoals ‘Rothschild’ of ‘Soros’. Rothschild is een van oorsprong Duits-Joodse familie die figureert in veel antisemitische complottheorieën. Hetzelfde geldt voor de Hongaars-Amerikaanse zakenman George Soros.

Op basis van de 107 zoektermen zijn in totaal 1,8 miljoen Nederlandse berichten gevonden uit 2020. Daarvan zijn 9000 berichten uitgekozen waarvan de onderzoekers met de hand hebben vastgesteld of er sprake is van antisemitisme, en zo ja, wat voor antisemitisme.

De onderzoekers maken onderscheid tussen impliciet antisemitisme en expliciet antisemitisme. Van dat eerste is sprake als bijvoorbeeld Joodse personen in verband worden gebracht met negatieve stereotyperingen, zoals dat ze onderdeel uitmaken van de “globalistische elite” die de touwtjes in handen zou hebben.

Van expliciet antisemitisme is sprake als Joden worden uitgescholden om hun Joods-zijn of als er bijvoorbeeld van een “Joodse agenda” gesproken wordt. Ook Holocaustontkenning geldt als expliciet antisemitisme.

Rechts-conservatieve hoek

Op basis van de 9000 bekeken berichten werd een computermodel getraind dat in de hele dataset van 1,8 miljoen berichten zocht naar antisemitische uitingen. Zo’n 200.000 berichten bleken antisemitisch van aard te zijn.

Het grootste deel, 187.000, werd gevonden op Twitter. 88 procent van die berichten was impliciet antisemitisch, 12 procent expliciet. De meeste antisemitische berichten (zo’n 140.000) werden gepost door twitteraars in de rechts-conservatieve en complotdenkershoek.

Onder een groep twitteraars die voornamelijk in het Arabisch twittert, is het percentage antisemitische tweets in de gevonden berichten over Joden zeer hoog, zo’n 20 procent, maar in absolute zin is het een kleine groep.

Jaarlijks herhalen

Ook op YouTube en Telegram komt veel antisemitisme voor. Van zo’n 3700 reacties onder YouTube-video’s zijn er bijna 1000 antisemitisch. Meer dan 350 daarvan zijn geplaatst onder video’s op het kanaal van Forum voor Democratie, met name onder een video met de titel “Baudet dwingt Kaag toe te geven: D66 steunt manipulatie George Soros!”

Aangezien het onderzoek voor het eerst is uitgevoerd, is het lastig de bevindingen te duiden. Desondanks spreekt het CIDI van “een groot, structureel probleem met antisemitisme” bij online discussieplatforms. CIDI en CJO willen dat het onderzoek jaarlijks wordt herhaald, om zo ontwikkelingen en trends te kunnen ontwaren.

Zorginstituut adviseert: vergoed anti-obesitasmedicijn uit basispakket

Het Zorginstituut heeft het ministerie van Volksgezondheid geadviseerd een anti-obesistasmedicijn onder bepaalde voorwaarden uit het basispakket te vergoeden. De verwachting is dat het ministerie voor Volksgezondheid dit overneemt. Uit onderzoek is gebleken dat het middel Mysimba mensen met obesitas kan helpen gewicht te verliezen.

Het advies is om Mysimba pas te gebruiken om af te vallen, als gezonder eten en meer bewegen niet genoeg opleveren.

Het middel kan worden ingezet bij obesitaspatiënten met een BMI van 30 of meer, en bij mensen met een BMI van 27 of hoger die daarnaast een extra aandoening hebben die samenhangt met overgewicht (bijvoorbeeld een hart- en vaatziekte of diabetes). Het medicijn moet wel in combinatie met een programma worden gebruikt dat is gericht op gezonder eten en meer bewegen.

Minder eetlust

Mysimba is een combinatie van twee werkzame stoffen, naltrexon en bupropion. De stoffen hebben effect op het hersengebied dat de voedselinname en de energiebalans regelt. Wanneer ze samen worden gebruikt, verminderen ze de eetlust en de hoeveelheid die patiënten eten.

Het medicijn wordt al enige tijd door de Nederlandse Obesitaskliniek, de grootste behandelaar van obesitas in Nederland, ingezet bij patiënten met een BMI vanaf 27. Deze patiënten moeten dit uit eigen zak betalen, wat neerkomt op 115 euro per maand. Als het ministerie het advies overneemt, zou het middel vergoed worden.

Het ministerie van Volksgezondheid laat in een reactie weten dat het “in de lijn der verwachting ligt” dat de minister het advies overneemt. Waarschijnlijk gebeurt dat per 1 juli.

Misselijkheid en braken

“Mysimba is een geweldige oplossing voor bepaalde groepen”, zegt Kobus Dijkhorst, arts en directeur Nederlandse Obesitaskliniek. “Het werkt voor mensen die ineens een enorme trek krijgen in zoet of hartig, terwijl ze geen honger hebben, of die langs het ene na het andere fastfoodrestaurant lopen en daar uiteindelijk geen weerstand meer aan kunnen bieden.”

Zeker als mensen met gezonder eten en meer bewegen weinig resultaat boeken, kan het soelaas bieden. “Dna bepaalt heel veel”, zegt Dijkhorst. “Sommige mensen zijn gewoon gevoeliger voor overgewicht.” Maar, zo voegt de arts toe, het middel is niet voor iedereen geschikt en kan behoorlijke bijwerkingen geven, zoals misselijkheid en braken.

Bedoeld als aanvulling

Vorige week lanceerde het Zorginstituut een campagne over de betaalbaarheid van de zorg. De instantie stelt dat er de komende jaren scherper gekeken moet worden naar welke zorg precies wordt vergoed.

Volgens een woordvoerder staat het advies over Mysimba niet haaks op die campagne, omdat het middel bewezen effectief is voor een specifieke groep. “Het is niet zo dat dit in de spreekkamer meteen wordt voorgeschreven”, zegt een woordvoerder. “Het is echt bedoeld als aanvulling voor mensen die al een erkend leefstijlprogramma volgen.”

Kleinere merken winnen van de grote in de supermarkt

De omzet van de top-100 A-merken in Nederlandse supermarkten is in 2021 opnieuw gestegen, met zo’n 3 procent. Maar het marktaandeel van de grote A-merken en huismerken is afgenomen ten gunste van kleinere A-merken, blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau IRI Nederland in opdracht van Distrifood..

“Het zijn de kleine merken die het meeste aandeel winnen. Die merken vallen net buiten de top-100. Denk aan Bacardi, Kips, Affligem en Kinder”, zegt Sjanny van Beekveld van IRI Nederland.

Covid-effect

Covid-19 maakte dat consumenten in 2020 veel conserven en toiletpapier hamsterden, wat leidde tot een recordomzet voor supermarkten. Klanten zaten ook vaker thuis en kochten daarvoor vaker luxe producten voor op de bank. De A-merken groeiden daardoor sterk, met 10,7 procent in 2020 en nog eens 3,3 procent in 2021.

Dat covid-effect zet ook nu nog door. Consumenten kopen nog steeds veel producten om thuis te borrelen en uitgebreid te koken. Merken die daar al in 2020 op inspeelden met meer soorten luxeproducten, profiteren daar ook nu nog van.

Vegetarische producten

Starbucks en L’Or surfen bijvoorbeeld mee op de trend dat consumenten liever wat meer luxe koffieproducten kopen. Mora stijgt van plaats 40 naar plaats 14 en verdubbelde de omzet. Dat deed het bedrijf naar eigen zeggen door in te zetten op innovatie met vegetarische producten en verbeteringen aan bestaande klassiekers zoals de mogelijkheid tot bereiding van snacks in de airfryer.

De voorbije maanden is het coronavirus naar de achtergrond verdwenen. De omzetten van supermarkten kunnen ook niet meer groeien zoals ze dat tijdens de coronacrisis hebben gedaan. “Die leveren wat in, maar niet zo veel als de speciaalzaken. De slager, groentewinkel, kaasspeciaalzaak, de viswinkel en boerderijwinkels leveren veel omzetwinst die ze tijdens de coronajaren kregen weer in. Die vloeit weer naar de supermarkten”, zegt Norman Buysse van marktonderzoekbureau GfK. Bakkers en de markten houden wel stand.

De afgelopen maanden wonnen huismerken terrein door de inflatie. IRI heeft berekend dat productprijzen per kilo of liter over de eerste vier maanden van dit jaar zijn gestegen met 5,3 procent ten opzichte van vorig jaar. De hoeveelheid producten die werd verkocht is in die vergelijking met 5,6 procent gedaald. We kopen dus minder, maar voor een hogere prijs.

“Nu de prijzen van levensmiddelen stijgen, zullen supermarkten daarop inspelen. Mensen hebben immers een beperkt budget. Daarom kunnen supermarkten bijvoorbeeld hun huismerken aanprijzen als een goedkoper alternatief van A-merken en dat ook meer gaan benadrukken”, zegt Norman Buysse van GfK.

De hoge inflatie maakt dat huishoudens meer nadenken over welke producten ze in de winkelmand leggen. “Bijzonder, want boodschappen doen heeft veelal een routinematig karakter.” Volgens Buysse gaan niet alleen mensen met een lager inkomen op zoek naar goedkopere alternatieven. “Wij zien dat alle soorten huishoudens nu meer huismerken gaan kopen en minder A-merken.”